Minizoo

Onze kangaroes

Hoe komt de kangaroe aan zijn naam?

Toen de eerste ontdekkingsreizigers naar Australië kwamen, vroegen ze aan de inlandse bevolking: "Wat zij dat voor een hoppende beesten?" De Aboriginals antwoorden "Kangoeroe". Wat betekent "Ik begrijp het niet".

Een buidel op de buik

Van oorsprong zijn alle zoogdieren uit Australië buideldieren. De vrouwtjes hebben een buidel op hun buik waarin de jongen goed beschermd zijn. De kangoeroe is het meest bekend. In groepjes springen deze planteneters over de open vlakten of tussen de bomen van het droge Australische landschap. Op andere werelddelen grazen hoefdieren over de vlakten, maar in Australië is het gras voor de kangoeroe. Als het moet, kunnen ze wekenlang zonder water. In de planten zit voldoende vocht om droge tijden te overbruggen.


Een kleintje is geboren!

Als een boontje zo klein

Een pasgeboren kangoeroe is als een boontje zo klein. De kleine is kaal en roze, en weegt nauwelijks één gram. Ogen en oren zijn nog niet gevormd, en het staartje is nog maar kort. Alleen de voorpootjes en de neus zijn goed ontwikkeld. Meteen na de geboorte grijpt het beestje met zijn sterke pootjes de vacht van de moeder vast en klautert naar boven, over de buik van zijn moeder. Hij ruikt de geur uit haar buidel. Na een paar minuten is hij bij de opening aangeland, en kruipt hij naar binnen. Van tevoren heeft moeder het pad naar boven en de buidel netjes schoongelikt. In de buidel ontwikkeld het kleintje zich tot een echte kangoeroe. Na ongeveer 5 maanden waagt het zijn eerste passen uit de buidel. Na 9 maanden kan het jong zelfstandig leven zonder de moeder en kruipt het niet meer in de buidel.


Onze konijnen: de Vlaamse Reus

Land van oorsprong: België

Bouw: De Vlaamse Reus bezit een lang en breed lichaam. De poten dienen fors, sterk en niet te lang zijn. De rugbelijning is in ruststand recht, met een brede soepele afgeronde achterhand. Van boven gezien heeft het lichaam de vorm van een rechthoek. De brede schouders en borst vormen met de goed ontwikkelde ribbenpartij en de gevulde achterhand deze rechthoek (bij vrouwelijke dieren is een kleine enkelvoudige wam toegestaan welke direct onder de kin is geplaatst).

Kop: De kop is krachtig ontwikkeld, met breed voorhoofd, goed ontwikkeld neusbeen, brede snuitpartij en goed ontwikkelde onderkaak en wangen.

Oren: De oren zijn fors en vlezig en aan de toppen mooi lepelvormig afgerond. De oren worden nauwsluitend V-vormig gedragen. Hiervoor is een krachtige inplanting van de oren een noodzaak. De minimum lengte bedraagt 17 cm. Ideale oorlengte is 19 cm.

Vacht: Het is een normale beharing. Deze beharing is rijk aan onderwol: ze mag niet te lang of te wollig zijn. De ideale vachtsconditie bij het tentoonstellingsdier is een geheel doorgehaarde vacht, zonder dun behaard of kaal plekje. De verharing herkent men duidelijk aan het grannenhaar, het oude afstervende en het nagroeiende, krachtig gekleurde haar is zichtbaar en te onderscheiden. Niet enkele in het rond vliegende haren, maar flink loslatend haar is als verharing te beschouwen. De vacht dient vol ingehaard, glanzend en aanliggend zijn.

Kleur: Haaskleur, Konijngrijs, IJzergrauw, Blauwgrijs, Blauwgrauw, Zwart, Blauw, Geel en Wit.

Gewicht: Het minimum gewicht bedraagt 6 kilo. Een volgroeid dier zal ongeveer 7,5 kilo wegen.